Selecteer een pagina

Opslag gevaarlijke stoffen

Gevaarlijke stoffen

Momenteel ligt de tekst over dit thema ter toetsing voor bij het Ministerie van SZW. Zodra het thema definitief is goedgekeurd verwijdert SOM deze melding op deze webpagina.

Voor de opslag van gevaarlijke stoffen gelden strenge eisen, waarbij de begrippen ‘brandwerend’ en onbrandbaar’ centraal staan. Datzelfde geldt voor de opslag van gasflessen.

Normen en wetgeving

Eisen opslag gevaarlijke stoffen

  • Binnen een opslagvoorziening en tevens binnen een afstand van 2 meter daarbuiten mag niet worden gerookt en mag geen open vuur aanwezig zijn. Met betrekking tot dit verbod moeten pictogrammen overeenkomstig NEN 3011 zijn aangebracht.
  • Voorraden gevaarlijke stoffen of gevaarlijk afval tot 1000 kg/liter mag u opslaan in een losse of een bouwkundige kast.
  • Bij opslaghoeveelheden boven de 1000 kg/liter moet de school een andere opslagwijze kiezen. Zie hiervoor PGS 15.
  • Chemicaliën voor lesdoeleinden en schoonmaakmiddelen slaat u gescheiden van elkaar op in verschillende kasten.
  • Van de opgeslagen voorraad is een register aanwezig met daarin vermeld de soorten en hoeveelheden gevaarlijke stoffen.
  • In de kasten worden de gevaarlijke stoffen naar risico gescheiden; algemeen geldt: brandbare stoffen apart, giftige stoffen apart, oxiderende stoffen apart, corrosieve stoffen apart, zuren en logen gescheiden.
  • Elke kast is voorzien van gescheiden opvangmogelijkheden (lek-/omvangbakken) voor de verschillende opgeslagen vloeistoffen. De opvangcapaciteit bedraagt ten minste 110 procent van de grootste verpakking en ten minste 10 procent van de gezamenlijke inhoud van de verpakkingen.
  • Gemorste stoffen (ook in lekbakken) moet u met laten opnemen door absorptiemateriaal (‘garagekorrels’) en verwijderen conform de regels van afvalscheiding.
  • Binnen twee meter van een kast komt geen open vuur (zoals lassen, bunsenbranders, solderen met vlam, gaspitten en roken) voor. Dit moet met een pictogram zijn aangegeven op de kast.
  • Voor elke 200 m2 vloeroppervlak van een kast moet ten minste één geschikt blustoestel aanwezig zijn met een vulling van ten minste 6 kg/liter.
  • Alleen bevoegden hebben toegang tot de kasten; studenten hebben geen toegang.
  • Verpakkingen stapelt u alleen als zij daarvoor geschikt zijn en als u regelmatig controleert op lekkage.
  • In de kast wordt niet overgeschonken. Dit gebeurt op een aparte daarvoor in te richten werkplek voorzien van afzuiging.
  • De kasten worden regelmatig gecontroleerd.
  • Een losse kast moet bij aanschaf voldoen aan de norm NEN-EN-14470-1. Dit moet op een productcertificaat staan. Dit certificaat moet de school bewaren.
  • Kasten met een opslagmogelijkheid van meer dan 250 kg/liter mogen niet op een verdieping van een gebouw zijn gesitueerd.
  • De kast mag niet in een vluchtroute liggen noch het vluchten belemmeren.
  • Een bouwkundige kast bestaat uit onbrandbaar materiaal voor de vloeren, wanden en afdekking en heeft een brandwerendheid van minimaal zestig minuten. De ventilatieopeningen zijn voorzien van vlamkerende roosters.
  • De vloer en de wanden van de kast vormen een vloeistofdichte bak.
  • De kast wordt geventileerd op de buitenlucht door ventilatieopeningen die diametraal geplaatst zijn.
  • U voorkomt opslag voor de ventilatieopening in de kast.
  • Aan de buitenzijde, nabij de toegangsdeuren van de kast, brengt u goed zichtbare waarschuwingsborden aan, die het gevaar van de opgeslagen stoffen aanduiden.

Eisen opslag gasflessen

  • Elke gasfles is voorzien van een gevaaretiket.
  • Elke gasfles is tegen omvallen geborgd.
  • De totale inhoud van een gasflessenbatterij bedraagt niet meer dan 3000 liter.
  • Voor een buitenopslag tegen een gevel gelden de volgende eisen:
    • de gevelmuur is zestig minuten brandwerend;
    • het materiaal twee meter naar links, twee meter naar rechts en twee meter naar boven is eveneens zestig minuten brandwerend en vrij van opslag van ander materiaal.
  • Gasflessen zijn boven het maaiveld opgeslagen.
  • Gasflessen zijn bij voorkeur buiten het gebouw opgeslagen, waarbij de toegang tot de ruimte waarin de gasflessen staan, is afgesloten.
  • Een gebouw als opslagvoorziening is ten minste zestig minuten brandwerend.
  • Gasflessen met gassen met gelijksoortige gevaareigenschappen slaat u bij elkaar op.
  • Zichtbaar beschadigde of lekkende gasflessen zet u apart.
  • Lege en volle gasflessen slaat u gescheiden van elkaar op.
  • Zuurstof slaat u gescheiden van brandbare gassen op.
  • U gebruikt geen gasflessen waarvan de herkeurtermijn is verstreken.
  • De opslagruimte voldoet aan de veiligheidsvoorwaarden:
    • vloer en dak zijn vervaardigd van onbrandbaar materiaal;
    • gassen kunnen zich niet onder het dak ophopen;
    • de vloer is bij een open opslagvoorziening afwaterend uitgevoerd;
    • op de opslagvoorziening is met grote letters (5 cm hoog) het opschrift ‘Openen van afsluiters van gasflessen verboden’ aangebracht;
    • natuurlijke ventilatie is gewaarborgd;
    • en inpandige opslagruimte heeft aan ten minste één zijde een buitenmuur met deur.
      • De opslagruimte van propaan en butaan voldoet aan de eis dat deze:
        • ten minste 5 meter afstand heeft tot een kelderopening, put of straatkolk;
        • ten minste 7,5 meter afstand heeft tot een lage (minder dan 1,5 meter hoog) aanzuigopening van een ventilatiesysteem.

Maatregelen

Voorraad, opslag en afval

  • In het lokaal zijn niet meer gevaarlijke stoffen op verantwoorde manier opgeslagen dan voor direct gebruik noodzakelijk is (de dagvoorraad) en de studentensets, mits deze alleen bestaan uit verdunde oplossingen.
  • Voorraadvorming op of onder tafels is niet toegestaan.
  • Voorraden van gevaarlijke stoffen in verpakking, brandbare en giftige stoffen zijn niet in het lokaal opgeslagen.
  • Grote voorraden van gevaarlijke stoffen (samen meer dan 50 liter of kilo) slaat u op in speciale ruimtes, zoals kasten, kluizen en gebouwen. Voor deze opslagvoorzieningen geleden specifieke regels, zie onder “normen en wetgeving”
  • Gevaarlijk afval zamelt u in naar soort, in goed herkenbare, deugdelijke afsluitbare vaten.
  • Gassen zijn ook gevaarlijke stoffen. Voor de opslag van gassen gelden speciale regels, zie onder “normen en wetgeving”