Selecteer een pagina

Geluid

Praktijklokalen – Afbouw

Bij afbouwwerkzaamheden wordt soms gebruik gemaakt van machines die hoge geluidsniveaus produceren.

In werk- en praktijkruimtes kunnen geluidsniveaus voorkomen die storend of schadelijk zijn. Mogelijke gezondheidsproblemen die hierdoor kunnen optreden, zijn onder meer gehoorschade, stemproblemen en stress.

Bij het hoofdstuk praktijklokalen zijn de specifieke maatregelen voor het thema geluid per praktijklokaal verder uitgewerkt.

Storend geluid wordt vaak ingedeeld in twee categorieën: hinderlijk en schadelijk. De akoestiek bepaalt hoe iemand het geluid in een ruimte ervaart. Zie de uitwerking van de drie geluid thema’s.

Normen en wetgeving

  • Als onderdeel of actiepunt in de RI&E bepaalt u de blootstelling aan geluid.
  • De school licht de medewerkers en studenten voor over schadelijk geluid.
  • Bij meer dan dagdosis 80 dB(A) stelt de school gehoorbescherming beschikbaar.
  • Bij meer dan dagdosis 85 dB(A) stelt de school het dragen van gehoorbescherming verplicht.
  • Minimaal geldt dat de onderwijsinstelling moet voldoen aan het programma van eisen Frisse Scholen klasse C (akoestisch comfort). Aanbevolen wordt dat u ernaar streeft om te voldoen aan het programma van eisen klasse B.
  • De wet  (AB art 6.7 lid 1) staat toe dat lawaai beoordeeld wordt en alleen indien nodig gemeten. De beoordeling en de meting worden volgens een schriftelijk vastgelegd tijdschema periodiek uitgevoerd door de kerndeskundigen, of arbodiensten.
  • Er gelden geen wettelijke normen voor hinderlijk geluid. Wel zijn er op basis van de Nederlandse Praktijkrichtlijn NPR 3438 streefwaarden voor hinderlijk geluid. NPR 3438 is gericht op communicatie/spraakverstaanbaarheid en concentratie/prestatie.
  • Arbobesluit hoofdstuk 6, afdeling 3: Fysische factoren / Lawaai

Interessante sites

Maatregelen

Bij het nemen van maatregelen wordt de arbeidshygiënische strategie gevolgd. Voordat maatregelen genomen kunnen worden dient de situatie eerst in kaart te worden gebracht:

  • Bij mogelijk schadelijk geluid brengt de instelling per werkplek met behulp van geluidsmetingen het geluidsniveau in dB(A) in kaart. De beoordeling en de meting worden volgens een schriftelijk vastgelegd tijdschema periodiek uitgevoerd door de kerndeskundigen, of arbodiensten.
  • Bij hinderlijk geluid meet u het geluidsniveau op de werkplek en toetst dit aan de richtlijnen van NPR 3438.
  • Bij problemen met de akoestiek van een ruimte schakelt de school een deskundig bureau in.

Hieronder worden mogelijke maatregelen in volgorde van de arbeidshygiënische strategie benoemd.

Bronaanpak:

  • De machine te verwijderen van de werkplek en te vervangen door een andere, minder lawaaiige  machine toe te passen. Bijvoorbeeld geluidgedempte compressoren en luchtgereedschap
  • Gebruik maken van een andere techniek

Technische maatregelen:

  • Lawaaibronnen en werkstukken omkasten en afschermen.
  • Een scheidingswand tussen lawaaibron en overige werkplekken aan te brengen (plaats bijvoorbeeld houtbewerkingsmachines in een aparte ruimte);
  • Lawaaiproducerende apparaten in gescheiden ruimtes te zetten (zoals een compressor en een afzuiginstallatie);
  • Nemen van geluidsabsorberende maatregelen, bijvoorbeeld door baffles en lamellen aan het plafond te plaatsen.
  • Machineonderdelen aanpassen bijvoorbeeld door te werken met lawaaiarme zaagbladen en freeskoppen.
  • Machines en gereedschappen regelmatig te (laten) onderhouden en afstellen. Door goed onderhoud en een juiste afstelling ontstaat minder lawaai. Denk aan: lekke persluchtleidingen, trillende apparatuur, lagers en tandwielen.

Organisatorische maatregelen

  • Roulatie van medewerkers waardoor de blootstelling wordt beperkt.
  • Zorgen dat minder medewerkers worden blootgesteld door de werkmethode aan te passen.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Bij een dagdosis hoger dan 80 dB(A) stelt de school gehoorbescherming beschikbaar.
  • Bij een dagdosis hoger dan 85 dB(A) stelt de school gehoorbescherming verplicht.
  • Op plaatsen waar gehoorbescherming noodzakelijk is, zijn voldoende passende en geschikte gehoorbeschermingsmiddelen beschikbaar. Dit is bijvoorbeeld het geval in praktijkruimtes waar machinale houtbewerking, metaalbewerking of motorvoertuigentechniek plaatsvindt, en bij het gebruik van machines in het groen. Vanwege hun toezichthoudende taak hebben de docenten de beschikking over otoplastieken.

Naast genoemde maatregelen dienen ook de volgende maatregelen te worden genomen:

  • Alle plaatsen, werkhandelingen en machines met (mogelijk) schadelijk geluid of lawaai (meer dan dagdosis 85dB(A) zijn bekend en aangegeven met borden of markering op de grond of op het apparaat.
  • Aan werknemers die blootstaan aan een dagdosis van meer dan 80 dB(A), biedt de school een audiologisch onderzoek aan. Deelname is vrijwillig.