Selecteer een pagina

Sociale veiligheid

Sociale veiligheid

De term ‘sociale veiligheid’ staat voor: de bescherming of zich beschermd voelen tegen (dreigend) gevaar, veroorzaakt door menselijk handelen in de openbare ruimte. In de Arbocatalogus MBO gaat het specifiek over de risico’s op (on)veiligheid en vormen van ongewenst gedrag in of in de directe omgeving van de onderwijsinstelling.

Bij ongewenst gedrag onderscheiden we de vormen:

  • agressie en geweld;
  • pesten;
  • seksuele intimidatie;
  • discriminatie.

Ongewenst gedrag binnen de instelling kan leiden tot:

  • negatieve effecten op de organisatie als geheel, maar ook op groepen of individuele medewerkers en studenten;
  • korte of langdurige uitval en arbeidsongeschiktheid of ernstige fysieke of psychische problemen.

Dit is een belangrijke reden waarom de wetgever de werkgever verplicht om de preventie en de aanpak van ongewenst gedrag goed te regelen.

De basis hiervoor op instellingsniveau, vormt de vaststelling van organisatiebreed beleid, waarin zowel de preventie als de aanpak zijn opgenomen. In dit beleid legt u om te beginnen duidelijk vast:

  • wat u verstaat onder ongewenst gedrag;
  • wat u wel en niet acceptabel vindt binnen de school;
  • waar mensen incidenten kunnen melden en wat vervolgens met die melding gebeurt;
  • welke sancties worden toegepast;hoe de opvang van ‘slachtoffers’ is geregeld.
    Uiteraard is beleid voeren meer dan beleidsstukken en notities opstellen: beleid staat of valt met de implementatie en de uitvoering ervan.

Begripsbepaling
Ongewenst gedrag is in de Arbowet een onderdeel van psychosociale arbeidsbelasting.
De overheid onderscheidt de volgende vormen van ongewenst gedrag (bron: Sjabloon Arbocatalogus Agressie en Geweld Stichting van de Arbeid):

(Non-)verbale agressie
Belediging, vernedering, smaad, treiteren, discriminatie, seksuele intimidatie. Bijvoorbeeld: schelden; beledigen; middelvinger opsteken; dreigende opmerkingen maken (niet op de persoon gericht); kwetsen; aanhoudend grieven; krenken; aanhoudend kleineren; zwartmaken; aantasten in goede naam of eer; aanhoudend plagen, pesten of sarren; discrimineren naar herkomst, seksuele geaardheid, religie of fysieke kenmerken; ongewenste seksuele aandacht. Ook uitingen via telefoon, weblog, blog, brief, fax of e-mail vallen hieronder.

Persoonsgerichte bedreiging
Dreigen door houding, gebaar of andersoortig gedrag; iets bemoeilijken, onmogelijk maken of juist afdwingen; lokaalvredebreuk; schennis van de eerbaarheid; pogingen tot schoppen, slaan of verwonden; stalken.
Bijvoorbeeld: een op de persoon (of directe naasten) gerichte bedreiging, waarbij het aannemelijk is dat deze ook wordt uitgevoerd; openlijk een wapen (pistool, mes en dergelijke) dragen of een gevaarlijke hond bij zich hebben; iemand dwingen taken uit te voeren of dit juist opzettelijk bemoeilijken en/of onmogelijk maken; huisvredebreuk; schennis van de goede zeden; dreigen met schoppen, slaan en stompen; stelselmatig hinderen, volgen of bedreigen. Ook schriftelijke dreigingen via brief, telefoon, weblog, blog, brief, e-mail en fax vallen hieronder.

Fysieke agressie
Mishandeling, bijvoorbeeld: verwonden, schoppen, aanranden, beetpakken, duwen, trekken, slaan, spugen, krabben, bijten, stompen, een kopstoot geven, ongewenst aanklampen, gericht gooien met voorwerpen, seksuele handtastelijkheden, fysiek verhinderen dat iemand werkzaamheden uitvoert of dat iemand een vertrek kan verlaten. Ook wapengebruik en vernieling vallen eronder.

Monitor Sociale Veiligheid
Het Platform Veiligheid MBO Raad onderzoekt tweejaarlijks de veiligheid in het mbo. Publicaties in de vorm van de ‘Monitor Sociale Veiligheid in de mbo-sector’ kunt u vinden op de website van de MBO Raad.

Specifieke onderdelen van beleid en uitvoering op het gebied van sociale veiligheid zijn:

Normen en wetgeving

  • De instelling heeft een eenduidige visie op wat ongewenst gedrag is en er zijn afspraken en regelingen voor omgaan met alle vormen van ongewenste gedragingen.
  • Binnen de instelling is voldoende aandacht voor preventie, bestrijding en nazorg van ongewenste omgangsvormen.
  • In en om de gebouwen is het veilig.
  • De instelling beschikt over meerdere vertrouwenspersonen die bekend zijn (gemaakt) bij de medewerkers.
  • De vertrouwenspersonen registreren incidenten en brengen jaarlijks een geanonimiseerd verslag uit aan de raad van bestuur en de ondernemingsraad. De instelling biedt medewerkers de gelegenheid om een klacht in te dienen over ongewenst gedrag bij een interne of externe klachtencommissie. Die klachtencommissie heeft een adequaat reglement voor klachtenbehandeling.
  • De school handelt alle meldingen adequaat af en past daadwerkelijk sancties toe als daar aanleiding toe is.
  • Medewerkers en deelnemers zijn bekend met de genomen maatregelen en vastgestelde voorschriften en protocollen, zeker met hun eigen rol en verantwoordelijkheid hierin.
  • Medewerkers zijn getraind in omgaan met ongewenst gedrag.
  • Leidinggevenden (locatieleiders, mentoren en decanen) zijn getraind in de eerste opvang bij incidenten van ongewenst gedrag.
  • Leden van de klachtencommissie en de vertrouwenspersoon zijn door ervaring, opleiding en positie gekwalificeerd om hun taak te vervullen.
  • (Omgaan met) ongewenst gedrag is een regelmatig terugkerend onderwerp tijdens het werkoverleg.
  • Ongewenst gedrag wordt daadwerkelijk gemeld.
  • Professionele ondersteuning en nazorg zijn zo nodig beschikbaar.